De regering, bestaande uit de Regeringsleider en de ministers, is verantwoording verschuldigd aan de Koning en het Parlement. « Na de benoeming van de regeringsleden door de Koning, presenteert en licht de Regeringsleider het programma dat hij van plan is uit te voeren toe voor de twee verenigde Kamers van het Parlement », artikel 88, paragraaf 1 van de nieuwe Grondwet van 2011.
De Regering is verantwoording verschuldigd aan de Koning en aan het Parlement.
« Na de benoeming van de regeringsleden door de Koning, presenteert en licht de Regeringsleider het programma dat hij van plan is uit te voeren toe voor de twee verenigde Kamers van het Parlement.
Dit programma moet de richtlijnen uiteenzetten van het beleid dat de Regering voorstelt te voeren in de verschillende sectoren van de nationale activiteit en in het bijzonder op het gebied van economisch, sociaal, milieubeleid, cultureel en buitenlands beleid.
Dit programma is het onderwerp van een debat in elk van de twee Kamers. Het wordt gevolgd door een stemming in de Kamer van Afgevaardigden.
De Regering wordt geïnstalleerd nadat zij het vertrouwen heeft verkregen van de Kamer van Afgevaardigden, uitgedrukt door de stemming van de absolute meerderheid van de leden waaruit de genoemde Kamer bestaat, ten gunste van het regeringsprogramma », (artikel 88 van de nieuwe Grondwet).
En artikel 89 bepaalt vervolgens: « De regering oefent de uitvoerende macht uit. Onder het gezag van de Regeringsleider voert de regering haar regeringsprogramma uit, zorgt zij voor de uitvoering van de wetten, beschikt zij over het bestuur en houdt zij toezicht op de acties van openbare bedrijven en instellingen ».