Tijdens de openingszitting van de raad van bestuur van de AREF (Regionale Academie voor Onderwijs en Vorming) en in aanwezigheid van de wali van de regio Gharb-Chrarda-Beni Hssen en gouverneur van de provincie Kénitra, Ahmed Moussaoui, benadrukte de minister de noodzaak om het onderwijssysteem te stabiliseren in afwachting van een diagnose van de huidige situatie en de evaluatie van het noodprogramma dat gepland staat voor juli 2012.
Hij uitte ook de noodzaak om het bestuur in scholen en onderwijsadministraties te bevorderen. In dit verband legde hij uit dat het ministerie een reeks maatregelen had genomen, namelijk: het intrekken van de nota's 122 en 204 om de schooltijden aan te passen aan de specifieke kenmerken van de regio's. "Het opstellen en voorstellen van de schooltijden", voegde hij eraan toe, "zal voortaan de verantwoordelijkheid zijn van de docent en de administratie, onder voorbehoud van goedkeuring door de inspecteur". De minister benadrukte verder het herstel van het gebruikelijke evaluatieproces. Wat betreft de Hoge Raad voor Onderwijs en Vorming, sprak de heer El Ouafa zijn voornemen uit om de samenstelling en bevoegdheden ervan te herzien, zodat deze zijn essentiële functies naar behoren kan vervullen. Vervolgens onthulde hij dat er in overleg met vakbondsvertegenwoordigers gewerkt wordt aan het nieuwe statuut voor het onderwijzend personeel. Een aanpak die hij essentieel noemde om recht te doen aan en het beroep van leraar op te waarderen, vandaar de oprichting van regionale centra voor onderwijs- en vormingsberoepen, die worden beschouwd als instellingen voor hoogwaardige opleidingen.
De minister gaf bij deze gelegenheid bovendien aan dat er een stuurgroep wordt opgericht die belast zal worden met de voorbereiding van het nieuwe schooljaar, de herziening van de maatregelen en de algemene voorwaarden om een succesvolle start van het schooljaar te garanderen. In deze context benadrukte hij de noodzaak om de problemen waarmee de onderwijssector wordt geconfronteerd te minimaliseren, waarbij hij wees op de cruciale rol van de leraar in het onderwijssysteem. Vervolgens presenteerde de commissie voor financiën en economische zaken haar rapport, waarbij zij de inspanningen prees van alle onderdelen van het regionale onderwijssysteem om de indicatoren te verbeteren en effectieve oplossingen te zoeken om beperkingen en obstakels te overwinnen. Een belangrijke aanbeveling uit dit rapport was de noodzaak om het budget voor 2012 te versterken om de indicatoren te ontwikkelen, het onderwijsaanbod uit te breiden en de instellingen te rehabiliteren. De commissie adviseerde om alle door de AREF geplande oprichtingsprojecten voor het jaar 2011 te behouden en de nieuwe programma's die in het regionale actieplan worden genoemd daaraan toe te voegen. Het rapport beveelt ook aan om de voorkeurstarieven voor het aansluiten van scholen op water- en elektriciteitsnetwerken te handhaven.
In dezelfde context presenteerde de directeur van de AREF, Abdellatif Youssoufi, een uiteenzetting waarin de ontwikkeling van het regionale onderwijssysteem werd belicht, met de nadruk op thema's uit het actieplan zoals de algemene toegang tot onderwijs, de uitbreiding van het onderwijsaanbod, de rehabilitatie van scholen en sociale steun, het beheer van instellingen en het versterken van de capaciteiten van menselijke middelen voor een beter bestuur. Tot slot benadrukte de heer Youssoufi dat de AREF ernaar streeft alle organisatorische mechanismen te activeren om ondersteuning op alle niveaus te garanderen, de cultuur van initiatief te bevorderen door middel van veldwerk en de evaluatie van verschillende processen in alle stadia van het onderwijssysteem. In hun interventies prezen de leden van de raad van bestuur van de AREF de inspanningen van het ministerie, de AREF en de provinciale delegaties van het MEN.
Inspanningen die hebben geleid tot bevredigende resultaten gericht op het verbeteren van de beheersmethoden en het helpen aangaan van uitdagingen. De sprekers riepen het ministerie ook op om bijzondere aandacht te besteden aan de gevolgen die het tekort aan menselijke middelen en het gebrek aan klaslokalen kunnen hebben op het komende schooljaar. In die zin dienden zij een verzoek in waarin werd aanbevolen meer inspanningen te leveren om het voorschoolse aanbod uit te breiden, het schoolvervoer te versterken en het aan de regio toegewezen budget te verhogen. Aan het einde van de zitting keurde de raad van bestuur van de AREF unaniem het begrotingsontwerp voor het jaar 2012 goed. Ook keurde zij de wet op de aanbestedingen van de AREF goed.
In zijn commentaar op de interventies van de leden van de raad van bestuur herinnerde de minister van Nationaal Onderwijs de aanwezigen eraan dat de staat heeft gekozen voor de strategische keuze van decentralisatie. Zo is de toegang tot deze contractuele benadering tussen de staat, vertegenwoordigd door het ministerie van Nationaal Onderwijs, en de AREF gebaseerd op het criterium van het behalen van doelstellingen. De minister benadrukte dat alles wat de Marokkaanse school betreft, binnen de raad van bestuur van de AREF moet worden beheerd. Hij voegde eraan toe dat tijdens de volgende raad van bestuur, gepland voor juli 2012, al deze kwesties in detail zouden worden geanalyseerd en behandeld.

