De Educatieve, Culturele en Museale Ruimte van het Verzet en het Bevrijdingsleger van de gemeente Aït Ourir, vallend onder de provincie Al Haouz, heeft begin deze week het bezoek ontvangen van een delegatie van de Arabische Unie van Veteranen en Oorlogsslachtoffers. De delegatie, geleid door de voorzitter van de Unie, de Egyptische generaal buiten dienst Amine Hussein Ahmed Ibrahim, en onder meer bestaande uit de Hoge Commissaris voor oud-verzetsstrijders en oud-leden van het Bevrijdingsleger, Mustapha El Ktiri, is bijeengekomen met de autoriteiten en lokale gekozenen. Dit bezoek werd benut om een overzicht te geven van de markante data uit de geschiedenis van het Marokkaanse verzet en zijn glorieuze epos tegen de koloniale bezetting, evenals van de inspanningen die zijn geleverd voor het behoud van het levende geheugen van het verzet.
De delegatie bracht vervolgens een bezoek aan de verschillende afdelingen van dit museum, dat onder meer een computer- en opleidingsruimte, een conferentieruimte, een ruimte gewijd aan voorstellingen en tentoonstellingen en een bibliotheek omvat. Dit hoogstandje van het geheugen, dat afgelopen september werd ingehuldigd, stelt zich ten doel de nieuwe generaties en het grote publiek de rijke geschiedenis van het nationale verzet te laten ontdekken door middel van onder meer de tentoonstelling van ongepubliceerde historische documenten met getuigenissen en verhalen, meesterwerken, kleding en wapens en munitie die werden gebruikt door de oud-verzetsstrijders en oud-leden van het Bevrijdingsleger. Het bezoek van de delegatie aan Aït Ourir vond plaats in de marge van de werkzaamheden van de vijfentwintigste zitting van de algemene vergadering en de raad van bestuur van de Arabische Unie van Veteranen en Oorlogsslachtoffers die van 16 tot 19 maart in Marrakech plaatsvonden, onder het Hoge Patronaat van Z.M. de Koning Mohammed VI.
De Unie, opgericht in 1960 met het hoofdkantoor in Caïro, brengt 23 instellingen en organisaties samen die 18 Arabische landen vertegenwoordigen. Ze stelt zich onder meer ten doel de wereldvrede te bevorderen, de betrekkingen van broederschap en solidariteit tussen de Arabische staten te versterken en te werken aan het waarborgen van de voorwaarden voor een waardig leven voor veteranen en oud-verzetsstrijders, de families van martelaren en oorlogsslachtoffers.

